Tijdelijke natuur (2)

Hoe pakken we tijdelijke natuur aan?

stappenplan tijdelijke natuur


Stappenplan 

  1. Inventarisatie actuele natuurwaarden (‘nulmeting’)

Het betrokken terrein wordt geïnventariseerd zodat de aanwezige plant- en diersoorten worden in beeld gebracht. Daarnaast wordt een gedetailleerde vegetatiekartering opgesteld.

Met deze nulmeting wordt vastgesteld welke eventuele natuurwaarden er aanwezig zijn voor de inrichting van de tijdelijke natuur. Enkel voor deze natuurwaarden kan door de overheid compenserende maatregelen worden opgelegd wanneer het terrein zijn definitieve inrichting krijgt.

  1. Verkenning potentiële natuurwaarden

In deze fase wordt divers kaartmateriaal onderzocht zoals de bodemkaart,  de potentieel natuurlijke vegetatie, de biologische waarderingskaart, enz. Eveneens wordt bekeken welke (beschermde) soorten er nu reeds voorkomen in de nabije omgeving van het betrokken terrein.

Op basis van deze gegevens wordt samen met de terreineigenaar bekeken voor welke natuurwaarden het gewenst is dat deze zich kunnen ontwikkelen.

  1. Opmaak beperkt natuurbeheerplan

Dit beheerplan wordt geschreven op maat van de terreinbeheerder. In detail wordt uitgeschreven welke inrichtingsmaatregelen noodzakelijk zijn op welke manier het regulier beheer van het terrein kan worden uitgevoerd. Daarnaast wordt ook beschreven hoe het opruimen van de natuur moet worden aangepakt.

  1. Aanvragen van afwijking tijdelijke natuur

De vergunning wordt aangevraagd bij het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid. De aanvraag omvat de nulmeting, de beschrijving van de te verwachten natuurwaarden en op welke manier de natuur zal worden opgeruimd. Ook moet worden opgelijst voor welke beschermde soorten en vegetaties de afwijking specifiek wordt aangevraagd.

  1. Uitvoeren inrichtingsmaatregelen

Soms kan het noodzakelijk  zijn om bepaalde inrichtingsmaatregelen te nemen om de natuur zich op een gewenste manier te laten ontwikkelen zoals het graven van een amfibiëenpoel of het verwijderen van ongewenste beplanting.

  1. Uitvoeren beheermaatregelen

Om een bepaalde vorm van natuur te laten ontwikkelen is het nemen van bepaalde beheermaatregelen vaak noodzakelijk. Voorbeelden zijn het jaarlijks maaien van grasland, het snoeien van een houtkant of het periodiek ruimen van een gracht.

  1. Inventarisatie aanwezige natuurwaarden voor opruiming

Voor het terrein zijn definitieve bestemming krijgt en de natuur wordt opgeruimd, wordt in een terreininventarisatie onderzocht welke beschermde soorten voorkomen op het terrein en welke mitigerende maatregelen moeten worden genomen bij het verwijderen van de aanwezige natuurwaarden.

  1. Opruimen van aanwezige natuur

Het verwijderen van de natuur wordt georganiseerd in functie van het realiseren van de uiteindelijke bestemming en van de aanwezige soorten. Indien noodzakelijk worden mitigerende maatregelen genomen zoals het vangen en verplaatsen van amfibiëen naar een geschikt permanent biotoop in de nabije omgeving.

Overtuigd van de voordelen?

Wil je hiermee aan de slag gaan?

Of nog vragen?

Neem contact op met ons