De oplossing(en)
Onze aanpak
In een straal van 1 km rond de geplande locatie van het ecoduct voerden we een intensieve monitoring uit. We onderzochten 12 soortengroepen met een mix van technieken: wildcamera’s, live-traps, bitumen plaatjes, autonome batdetectoren, bodemvallen, nachtvlindervallen, transecttellingen en gerichte veldbezoeken. Zo brachten we zowel de aanwezige als potentiële natuurwaarden in kaart en identificeerden we doelsoorten voor het ontwerp van het ecoduct.
Bevindingen
We troffen maar liefst 275 verschillende diersoorten uit 12 groepen aan, waaronder de vos, bunzing, wezel, bosmuis en eekhoorn. Belangrijke doelsoorten van het ecoduct zijn onder andere de ree, de hazelworm en de vleermuizen, soorten die al sinds oudsher in Vlaanderen voorkomen maar het erg moeilijk hebben in onze sterk versnipperde regio.
De ree is een algemene verschijning in het Hallerbos en werd 1221 keer waargenomen tijdens het onderzoek. Toch toont de studie aan dat er een duidelijk verschil is in aantallen van de soort langs de oostelijke zijde van de R0 ten opzichte van de kleinere westelijke zijde. De meeste observaties van ree komen uit het oostelijk deel van de R0.
Na de ree zijn de bosmuis en de vos de meest waargenomen soorten in het studiegebied. De vos werd er 419 keer waargenomen met wildcamera’s en ook 2 keer via veldwaarnemingen, die aantonen dat de soort verspreid over het studiegebied voorkomt.
We stelden ook een hoge soortenrijkdom aan vleermuizen vast in het studiegebied. Het gaat om minstens 9 verschillende soorten vleermuizen, allemaal beschermde soorten in België. De gewone dwergvleermuis werd het vaakst waargenomen tijdens het onderzoek, maar er werden ook 8 andere soorten vleermuizen waargenomen (bv. bosvleermuis, grootoorvleermuis en laatvlieger).
Resultaat
De algemene conclusie van het ecologisch onderzoek is dat de waargenomen soortenrijkdom representatief is voor een boscomplex in de leemstreek, waarbij voornamelijk soorten van gesloten tot halfopen boslandschappen werden waargenomen.
Verder toont de studie aan dat er verschillen zijn in het aantal diersoorten dat aan beide zijden van de R0 waargenomen wordt. Kortweg gezegd is er te weinig uitwisseling tussen de dieren door de aanwezigheid van de R0 en het ecoraster. Dit is een belangrijke bevinding die pleit voor de bouw van een ecoduct in het Hallerbos. In combinatie met het bestaande ecoraster, kan zo’n groene verbinding ervoor zorgen dat dieren veilig de weg kunnen oversteken. En er is goed nieuws, want het ecoduct is intussen gebouwd en officieel geopend.




