Een oude techniek met nieuwe waarde
Houtkanten zijn eigenlijk niets nieuws. Vroeger werden ze om de vijf tot acht jaar gekapt voor brand- en geriefhout. Door dat beheer liepen de stronken telkens opnieuw uit, waardoor een soort ‘struikenbos’ ontstond. Die traditionele techniek raakte in onbruik toen mensen geen hout meer nodig hadden, maar vandaag zien we houtkanten opnieuw opduiken, dit keer als waardevol natuurbeheer.
Ze zijn namelijk meer dan een verzameling struiken: houtkanten verbinden landschappen met elkaar. Ze vormen stapstenen waarlangs dieren zich veilig kunnen verplaatsen. Op veel plekken zie je oude hakhoutstoven die, doordat ze jarenlang ongemoeid bleven, zijn uitgegroeid tot grillige, karaktervolle structuren.
Meer natuur op en rond je terrein
Wie werk wil maken van meer biodiversiteit op een terrein, privé of openbaar, kan met houtkanten een groot verschil maken. Ze verhogen de natuur- en milieuwaarde, verbeteren de beeldkwaliteit en zorgen voor een aangenamere omgeving voor bewoners, bezoekers en werknemers. Bovendien maken ze natuur zichtbaar en tastbaar in de directe woon-werkomgeving.
Houtkanten zijn natuurlijk maar één onderdeel van groenbeheer. Vaak begint het met een verkennend bezoek van een ecoloog die bekijkt welke kansen er op een terrein liggen. Soms is dat een houtkant, soms een bloemrijk grasland, soms een combinatie van verschillende ingrepen.